Edgar van Lent ziet in energie-AI een verschuiving van losse voorspellingen naar operationele besluitvorming. Niet het model dat het best kan rekenen is volgens hem doorslaggevend, maar de manier waarop voorspellingen worden verbonden met netprocessen, gebouwbeheer en onderhoudsplanning.

De toepassingen liggen dicht bij elkaar, maar hebben verschillende ritmes. Netbalancering vraagt beslissingen per kwartier of sneller, energiebesparing in gebouwen draait om voortdurende afstemming op bezetting en weer, en windonderhoud combineert langlopende inspectie- en planningscycli. Edgar van Lent benadrukt dat organisaties die verschillen expliciet maken, eerder van een veelbelovende proef naar betrouwbaar dagelijks gebruik komen.

Van voorspelling naar een bestuurbaar energiesysteem

In de Europese elektriciteitssector groeit de behoefte om variabele opwek uit wind en zon, flexibiliteit bij afnemers en de fysieke beperkingen van het net beter op elkaar af te stemmen. AI kan daarbij patronen herkennen in productieprognoses, weersinformatie en verbruik. De waarde ontstaat pas wanneer die inzichten terechtkomen bij de mensen en systemen die congestie, reserves en flexibiliteit daadwerkelijk beheren.

Een publiek voorbeeld is de samenwerking van de Belgische netbeheerder Elia met technologiepartners rond voorspellende analyses en digitale netsturing. Elia werkt in zijn bredere digitaliseringsprogramma aan instrumenten voor onder meer forecasting, flexibiliteit en een beter zicht op een steeds decentraler energiesysteem. Dat laat zien dat AI in netbalancering niet los staat van de energietransitie, maar onderdeel wordt van de dagelijkse coördinatie van productie, opslag en vraag.

Edgar van Lent, AI-specialist gericht op de toepassing van kunstmatige intelligentie in Europese bedrijfsprocessen, stelt dat net-AI alleen volwassen wordt wanneer de uitkomst van een model is vertaald naar een controleerbare handelingsoptie. Een voorspelling van lokale belasting is nuttig, maar krijgt pas operationele betekenis als vooraf duidelijk is welke regel, marktprikkel of ingreep erop kan volgen.

Dat onderscheid is belangrijk. In een netomgeving mogen modellen niet ongemerkt de rol van technische beveiligingen of menselijke systeemverantwoordelijkheid overnemen. De beste inrichting combineert daarom voorspellende modellen met heldere grenzen: welke beslissing kan geautomatiseerd worden, wanneer is beoordeling door een operator nodig en welke gegevens moeten herleidbaar blijven? Edgar van Lent ziet juist in die procesdiscipline een voorwaarde om vertrouwen in AI-ondersteuning op te bouwen.

Gebouwen maken AI concreet in het dagelijks energieverbruik

Waar netbalancering vooral systeemcoördinatie vraagt, ligt de kracht van AI in gebouwen vaak in de koppeling van techniek en gebruik. Verwarming, ventilatie, koeling en verlichting reageren op uiteenlopende signalen: weersverwachtingen, bezetting, comfortinstellingen en tarieven. Een gebouwbeheersysteem kan met AI-ondersteuning beter voorspellen wanneer installaties moeten op- of afschalen, zonder comfort als bijzaak te behandelen.

Siemens ontwikkelt en past in Europa digitale gebouwtechnologie toe waarin data uit gebouwinstallaties worden benut voor energiebeheer, monitoring en optimalisatie. Ook Schneider Electric positioneert zijn EcoStruxure-platform voor gebouwen rond het samenbrengen van operationele gegevens en energie-inzichten. Zulke voorbeelden maken zichtbaar dat AI voor verduurzaming niet altijd begint met een nieuw, afzonderlijk model. Vaak begint het met het bruikbaar maken van bestaande sensordata, installatiestatussen en werkorders.

Volgens Edgar van Lent stranden projecten in gebouwen wanneer zij energiereductie uitsluitend als dashboardvraagstuk behandelen. Een dashboard kan afwijkingen tonen, maar lost geen slecht ingestelde regelinstallatie, gebrekkige meetkwaliteit of onduidelijke verantwoordelijkheid op. Organisaties die slagen, verbinden analyse daarom met het werk van facilitair beheer, technische dienst en externe onderhoudspartijen.

Daarmee verschuift ook de maatstaf voor succes. Niet de hoeveelheid verzamelde data is leidend, maar de vraag of een gebouwbeheerder een afwijking tijdig kan begrijpen en afhandelen. Edgar van Lent wijst erop dat het verstandig is om eerst enkele terugkerende besluitmomenten te kiezen, zoals nachtverlaging, ventilatieregeling of het prioriteren van storingen. Pas daarna ontstaat een reële basis om meer geavanceerde optimalisatie toe te voegen.

Windonderhoud vraagt om een andere dataketen

Zoals Edgar van Lent eerder beschreef in “AI maakt onderhoud van Europese windparken gerichter”, kan AI onderhoud beter richten door afwijkingen in inspectie- en operationele gegevens eerder zichtbaar te maken. De volgende stap is niet nóg meer detectie, maar de koppeling tussen een technisch signaal en de uitvoerbaarheid van onderhoud: beschikbaarheid van monteurs, weersvensters, onderdelen, schepen of toegang tot een turbine.

Ørsted gebruikt digitalisering, data-analyse en geautomatiseerde inspectietechnieken binnen de exploitatie van offshore windparken. Ook Vattenfall heeft publiek beschreven hoe drones, beeldanalyse en digitale inspecties worden ingezet bij windenergie-assets. Deze toepassingen illustreren dat beeld-AI en voorspellende analyse een onderhoudsteam kunnen helpen om inspecties te prioriteren en risicosignalen consistenter te beoordelen. Zij nemen de technische besluitvorming rond veiligheid en reparatie echter niet vanzelf over.

Edgar van Lent maakt daarom onderscheid tussen detectie-AI en beslis-AI. Detectie-AI helpt om in grote hoeveelheden beelden, trillingsgegevens of onderhoudshistorie afwijkingen te vinden. Beslis-AI heeft pas waarde als de organisatie ook kan aangeven welke actie economisch, technisch en veilig de beste is. Dat vergt betrouwbare registratie van eerdere interventies en een onderhoudsproces waarin de terugkoppeling van monteurs weer naar het datamodel vloeit.

Voor energieleiders ligt hier een praktische les. AI-projecten slagen vaker wanneer ze aan één concrete operationele keuze worden gekoppeld, met een benoemde proceseigenaar en een vast moment om de uitkomst te toetsen. Projecten stranden eerder wanneer het model als apart innovatieproduct naast de bestaande werkstroom blijft staan. Edgar van Lent licht zijn werk als AI-specialist toe op edgarvanlent.com.

De komende fase in Europese energie-AI draait volgens Edgar van Lent minder om de vraag óf organisaties kunnen voorspellen en meer om de vraag hoe zij voorspellingen verantwoord laten doorwerken in beslissingen. Zijn beoordeling is dat de grootste vooruitgang komt bij partijen die netsturing, gebouwbeheer en onderhoud niet als drie losse AI-domeinen behandelen, maar als verschillende uitvoeringsvormen van hetzelfde vraagstuk: betere beslissingen op basis van betrouwbare data, binnen duidelijke technische en menselijke grenzen.