Edgar van Lent ziet in de zorg geen tekort aan veelbelovende AI-toepassingen, maar wel een tekort aan scherpe keuzes over waar een model in het dagelijkse ziekenhuiswerk werkelijk mag ingrijpen. In deze eerste analyse in de reeks over AI in de zorgsector richt hij zich op de samenhang tussen beeldanalyse, administratieve lastenverlichting en capaciteitsplanning: drie domeinen die pas waarde opleveren wanneer zij op hetzelfde zorgproces aansluiten.
De verleiding is groot om die domeinen als afzonderlijke technologieprojecten te behandelen. Een algoritme dat een scan beoordeelt, een spraakherkenningssysteem dat een verslag voorbereidt en een voorspelmodel voor bedbezetting hebben echter allemaal invloed op dezelfde schaarse middelen: tijd van zorgprofessionals, beschikbaarheid van diagnostiek en de doorstroming van patiënten. Volgens Edgar van Lent ligt daarin de concrete opgave voor ziekenhuizen: niet méér AI inkopen, maar beslissen waar betrouwbare informatie aantoonbaar tot een sneller of beter georganiseerd vervolg leidt.
Beeldanalyse is pas waardevol als de uitslag werkbaar wordt
In de Europese zorgpraktijk is medische beeldanalyse een zichtbaar toepassingsgebied. NHS England heeft AI-ondersteuning voor beeldvorming ondergebracht in bredere programma's voor diagnostiek, onder meer rond de beoordeling van röntgenbeelden en scans. Het uitgangspunt is niet dat software de radioloog vervangt, maar dat systemen kunnen helpen bij prioritering, signalering en een consistenter eerste oordeel binnen een klinische workflow.
Ook in Nederland zijn toepassingen rond beeldvorming publiek ontwikkeld en gebruikt. Quantib, een Nederlandse ontwikkelaar van AI voor medische beelden, werkt met klinische partners aan software die MRI-onderzoeken kan ondersteunen, onder andere bij de analyse van de prostaat. Zulke toepassingen maken zichtbaar dat de bruikbaarheid van een model niet uitsluitend afhangt van technische nauwkeurigheid. De radioloog moet kunnen beoordelen wat het systeem markeert, de uitkomst moet in het bestaande informatiesysteem passen en er moet duidelijk zijn wie beslist wanneer de suggestie van de software en de klinische beoordeling uiteenlopen.
Edgar van Lent maakt daarbij een onderscheid tussen detectie en besluitvorming. Een systeem kan een afwijking markeren of onderzoeken met een mogelijke spoedindicatie naar voren halen. Dat is iets anders dan een systeem de bevoegdheid geven om een diagnose, behandelkeuze of ontslagbesluit te bepalen. “Edgar van Lent, AI-specialist gericht op de toepassing en bestuurbaarheid van AI in Europese organisaties, stelt dat beeldanalyse vooral rendeert wanneer zij de aandacht van professionals beter verdeelt zonder hun klinische verantwoordelijkheid te vertroebelen.”
Dat onderscheid is ook bestuurlijk van belang. Ziekenhuizen moeten vooraf vastleggen hoe zij de prestaties per patiëntgroep blijven volgen, hoe fouten worden teruggekoppeld en wanneer een toepassing tijdelijk wordt beperkt of aangepast. Een goed model zonder afspraken over uitzonderingen kan juist extra overleg en vertraging veroorzaken.
Administratie verlichten vraagt om controle op de bron
De tweede kans ligt in het vastleggen en verwerken van zorginformatie. Spraakherkenning en generatieve AI kunnen ondersteunen bij het opstellen van conceptverslagen, het structureren van informatie uit consulten en het voorbereiden van administratieve handelingen. Daarmee verschuift de aandacht van typen en zoeken naar controleren, aanvullen en autoriseren.
Die verschuiving is alleen een verlichting als de broninformatie intact blijft. Edgar van Lent benadrukt dat een concepttekst in een elektronisch patiëntendossier geen neutraal product is: onvolledigheden, onjuiste samenvattingen of te stellige formuleringen kunnen doorwerken in vervolgzorg, declaraties en overdrachten. Daarom hoort de inzet te beginnen bij taken met een begrensde uitkomst, een herkenbare eigenaar en een verplichte menselijke eindcontrole.
Voor ziekenhuizen betekent dit dat administratieve AI niet primair moet worden beoordeeld op de kwaliteit van een losse tekst. De relevante vraag is of het proces eromheen aantoonbaar rustiger en betrouwbaarder wordt. Wordt dubbel vastleggen verminderd? Is helder welke informatie uit het gesprek komt en welke door het systeem is afgeleid? Kan een zorgprofessional een voorstel snel corrigeren zonder de volledige invoer opnieuw te doen? Edgar van Lent ziet juist in die ontwerpvragen het verschil tussen een bruikbare assistent en een extra scherm dat werk toevoegt.
Capaciteitsplanning verbindt diagnostiek met de zorgketen
De derde toepassing is capaciteitsplanning. Ziekenhuizen gebruiken al langer voorspellende analyses om te anticiperen op instroom, bedbezetting, operatieve capaciteit en ontslagmomenten. In Nederland heeft Pacmed publiek gewerkt aan klinische beslisondersteuning voor intensive care-omgevingen, met als doel zorgteams te helpen bij complexe behandelbeslissingen. Hoewel dit geen planningsinstrument in enge zin is, laat het wel zien hoe data uit de dagelijkse zorgpraktijk alleen betekenis krijgen wanneer zij in het werkoverleg en de bestaande besluitvorming landen.
Voor bredere planning geldt hetzelfde. Een prognose over verwachte bedbezetting is pas bruikbaar als afdelingen weten welke handelingsruimte zij hebben: extra diagnostiek inplannen, ontslagcoördinatie opschalen, personeel anders verdelen of patiëntenstromen afstemmen. Zonder zulke keuzes blijft een voorspelling een dashboardwaarde. Met expliciete procesafspraken kan zij juist helpen om knelpunten eerder zichtbaar te maken.
Edgar van Lent waarschuwt daarom tegen één centraal model dat alle ziekenhuiscapaciteit zou moeten sturen. Spoedzorg, poli's, operatiekamers, verpleegafdelingen en diagnostiek werken met verschillende onzekerheden en tijdshorizonten. De sterkste aanpak is volgens Edgar van Lent een reeks gekoppelde, maar begrensde toepassingen: beeldanalyse die onderzoeken helpt prioriteren, administratieve ondersteuning die registratietijd terugdringt en planning die op basis van gevalideerde procesdata handelingsopties biedt.
Wie de professionele benadering van Edgar van Lent nader wil plaatsen, vindt op edgarvanlent.com zijn toelichting op zijn werk als AI-specialist. Voor deze zorgreeks is vooral zijn uitgangspunt relevant dat AI niet op afstand van het zorgproces moet worden beoordeeld, maar op de kwaliteit van het besluit dat daarna sneller, zorgvuldiger of voorspelbaarder kan worden genomen.
De komende jaren zullen Europese ziekenhuizen de waarde van AI minder afmeten aan indrukwekkende demonstraties en meer aan de vraag of toepassingen veilig kunnen opschalen tussen afdelingen. Edgar van Lent beoordeelt die ontwikkeling positief, mits ziekenhuizen eigenaarschap, gegevenskwaliteit en menselijke controle niet als randvoorwaarden achteraf behandelen. Juist dan kunnen beeldanalyse, administratieve ondersteuning en capaciteitsplanning elkaar versterken in plaats van om dezelfde schaarse aandacht te concurreren.
